De zekerheid van de zaligheid

Dominee C. Harinck schreef een boek met als titel De zekerheid van de zaligheid.

Veel kinderen van de Heere worstelen met de zekerheid van het geloof. “De strijd van ieder waar christen.” Dominee C. Harinck, die pas op zijn achttiende levensjaar in aanraking kwam met de kerk en de Bijbel, vertelt ook hoe hij zelf de troost van de zekerheid heeft geleerd en waarom hij hier vervolgens een boek over schreef.

Wat zegt de Bijbel over de zekerheid van de zaligheid?
“De Bijbel leert ons dat de Heilige Geest de zekerheid aan Gods kinderen schenkt. Denk maar aan Paulus, als hij schrijft: De Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn (Rom. 8:16). Het blijft een uniek gebeuren. Als de Heilige Geest Zich verbindt aan het Woord, bijvoorbeeld tijdens de prediking, kan het zijn dat je iets al vaak van de kansel gehoord hebt, maar dat het nu door de Heilige Geest toegepast wordt in je hart. En dan ineens hoor je het ánders. Bijvoorbeeld als Jezus zegt: Komt herwaarts tot Mij (Mat. 11:28). En alle bezwaren vallen weg en je komt. Dat is en blijft een uniek gebeuren. Het is de onmisbare overreding van de Heilige Geest.”

Hoe bent u persoonlijk aan de zekerheid gekomen?
“Ik denk dat ik zoals ieder waar christen de strijd gestreden heb: is het nu wel voor mij? Mag ik me dat wel toe-eigenen? Ik heb een bijzondere weg gehad. Alles was nieuw voor me. Ik kreeg als onkerkelijke jongen verkering met een kerkelijk meisje. Een meisje van ‘de zwartekousenkerk’ zeiden ze bij mij thuis. Zij was zeventien en ik achttien. Na enkele weken zei ze: ‘Cor, het wordt niets tussen ons. Want ik ben van de kerk en jij niet’. Ik vroeg haar: ‘Waarom niet? We kunnen elkaar toch wat nader leren kennen?’ Ze zei: ‘Ik zit zondag in de kerk en jij bent op het voetbalveld. Ik wil er toch een punt achter zetten’. Ik vroeg haar: ‘Weegt die kerk nu zo zwaar voor je, joh?’ We liepen de boomgaard in en ze vertelde me over haar jonge jaren.”

Wat vertelde ze?
“Ze vertelde: ‘Toen ik zes jaar was had ik een broertje van vier jaar, Keesje. Die lag ’s morgens dood in zijn bedje. Toen heb ik als zesjarig meisje zo’n diepe indruk gekregen dat ik een ziel had en naar de eeuwigheid op reis was’.
Zichtbaar ontroerd vervolgt dominee Harinck: “Jannetje was altijd een vrolijk meisje. Dat vertelde haar moeder mij later. Maar toen niet meer. Grootvader had, toen hij van haar vrees hoorde gezegd: ‘Maar meisje, Jezus is er!’ Toen heeft ze voor het eerst hoop gekregen. Toen ze dat vertelde deed dat zoveel met mij. Sterven, een ziel hebben en een hel en hemel. En de hoop op Jezus de Zaligmaker. Het zette een stempel op me. Het liet me niet meer los.”

Hoe ging dat verder?
“Dat is de aanleiding geweest dat ik naar de kerk gegaan ben.”

Meer lezen over hoe het ging toen dominee C. Harinck naar de kerk ging? Lees het interview op bladzijde 6-9 van Daniël#19.

Lees meer over het magazine.

Thema

Dit artikel valt onder een van onze basis thema's:

Lees meer: