Mijn laatste column!

Mijn laatste column!
Na bijna 25 jaar ga ik het onderwijs verlaten. De Heere heeft mij in al die jaren geholpen. In het bijzonder op de moeilijkste momenten...

Ik denk terug aan die ene les met die vierde klas, waarmee ik met vallen en opstaan een band probeerde op te bouwen.

Ze zijn stil aan het werk en ik moet nodig naar de wc. Dat kan best even, denk ik en ik ga.
Als ik terugkom bij mijn lokaal, zit de deur dicht en door het raam zie ik een stellage van tafels en stoelen en daar bovenop een stapel boeken. Inwendig heb ik plezier om deze grap. Hoe ga ik hiermee om? Rustig blijf ik staan achter het raam. Ik steek mijn duim op en ik kijk de klas rond of ze doorwerken.
Na een aantal minuten zie ik iemand bewegen. Maria staat op en loopt naar de deur. Ze haalt de tafels en de stoel weg en maakt de deur weer open.
“Jij bent een heldin!”, roep ik.
Nu breekt de spanning, ik merk het. Bij het naar buiten lopen, hoor ik: “Mevrouw, echt gaaf hoe u het hebt opgepakt. U bent een heldin.”
Nou, zo voelde ik me helemaal niet. Het was Zijn steun!

Ik denk aan die derde klas met twintig jongens, die bijna niemand les wilde geven.

Ze moeten een boekje lezen uit de middeleeuwen. Iets ergers voor deze gasten is niet denkbaar.
“Jongens, zal ik het verhaal vertellen? Dan hoeven jullie het niet te lezen...”
“Huh, een verhaal? Ok, dan. Altijd beter dan lezen.”
Het wordt binnen een mum van tijd stil en ik kan heerlijk vertellen. Iets wat ik zo graag doe. Ze steken nog net niet hun duim in hun mond, zo zitten ze te luisteren. Het uur vliegt om. De bel gaat en ik moet stoppen, maar dat willen ze niet.
“Ga maar door mevrouw, het geeft niet...”
Op zo’n moment ben ik stil van verwondering.

Ik denk terug aan dat tussenuur waarin ik gevraagd werd in te vallen voor een derde klas die ik niet kende.

Precies op tijd stap ik het lokaal binnen. Vijfentwintig pubers kijken me boosaardig aan. Ik lees in hun ogen: Welke docent haalt het in haar hoofd om ons tussenuur te komen verknallen met lesgeven?
De leider van de groep roept iets brutaals en hij krijgt bijval van een paar anderen. In die ene seconde dat ze ademhalen om weer iets te zeggen, roep ik: “Youssef, Ramon, Mo.”
Onmiddellijk wordt de klas stil. Verbijsterd kijken ze me aan.
Youssef steekt zijn vinger op. Ik knik hem toe. “Mevrouw, u kent onze namen???”
“Wat goed Youssef, dat je je vinger opsteekt, zo hoort het!”
De klas gniffelt, het ijs is gebroken.

De Heere heeft me geholpen. Ik kan er een boek over schrijven. In al die jaren heeft Hij het waargemaakt: Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn.
Dat deze column nu juist verschijnt in dit nummer!
Looft den Heere!

Lees meer over het magazine.

Thema

Dit artikel valt onder een van onze basis thema's: