Pesach in de gemeente van Nof haGalil (Nazareth)

Dominee M.L. Dekker woont in Israël. Toen hij net in Nazareth kwam, jaren geleden, maakte hij voor het eerst een Sedermaaltijd mee. De Joden vieren dat nog steeds. “Mijn eerste Pesach was onvergetelijk.”

“We waren nog maar net met ons gezin aangekomen in Nazareth. Albert Nessim, voorganger van de kleine Messiasbelijdende gemeente in Nahariya nodigde ons uit om de sederavond, de avond waarop het Pascha ingaat, bij hem thuis te vieren.
Uiteindelijk werd dat een traditie die zich jaarlijks herhaalde. We werden hartelijk welkom geheten door zijn vrouw Ruth. Ze had een grote tafel klaargemaakt. Allerlei alleenstaande mensen uit hun gemeente waren uitgenodigd. Ik vond het zo indrukwekkend om mee te maken! Ik herinner me het prachtige servies, de sederschotel met de mooie afbeeldingen en symboliek. Het overweldigde me.
Voordat Albert begon met het lezen van de Haggadah (het verhaal over de uittocht met de liederen die gezongen worden), vertelde hij eerst waarom deze nacht anders was dan alle andere nachten.
Albert gebruikte een speciale Messiasbelijdende Haggadah, waarin niet de nadruk werd gelegd op de tradities van de rabbijnen, maar op de trouw van de God van Israël, Die Zijn Zoon gezonden heeft als het Lam van God.
Na het eerste gedeelte van de Haggadah, volgde de maaltijd. Hierna werd het tweede gedeelte van de Haggadah gelezen. In Messiasbelijdende gemeentes is het gebruikelijk om dan eerst te luisteren naar een meditatie. Albert wees ons heen naar Christus, het grote Paaslam. Hij is het Lam van God dat de zonde der wereld wegneemt.
Tijdens deze avond lagen er drie matses op een mooie zilveren schaal. De middelste werd op een gegeven moment gebroken. Een helft werd ergens in de kamer verstopt, om later door de kinderen te worden gezocht. Daar ligt een heel mooi beeld in. Messiasbelijdende Joden zien in deze drie matses, die al eeuwen lang bij de Sedermaaltijd op tafel worden gelegd, een symbool voor de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De gebroken matse wordt afikoman genoemd, wat betekent: ‘Ik ben al gekomen’. De gebroken matse, de afikoman, wijst op Christus Die al gekomen is en Zijn leven gebroken heeft voor zondaren. De verborgen helft wijst erop dat het Joodse volk Hem nog vinden zal.
Aan het einde van de maaltijd zongen we nog met elkaar psalm 113 tot 118. Wat gaf het een verwondering te weten dat Christus Zelf deze Psalmen gezongen heeft op weg naar Zijn lijden en sterven.
Traditiegetrouw eindigde de maaltijd met de woorden: ‘leShana haba’a bi-Jeroesjalajiem’. Dat betekent: Volgend jaar in Jeruzalem!”

Meer lezen? Lees heel het artikel op bladzijde 8-11 van Daniël#6.

Lees meer over het magazine.

Thema

Dit artikel valt onder een van onze basis thema's: