Vrienden die (nog?) niet geloven

Thema: Christen-zijn Vrienden die (nog?) niet geloven

Vaak is je studieperiode of eerste baan een periode waarin je met veel verschillende mensen in aanraking komt, voor het eerst uit een vertrouwde ‘bubbel.’ Je kunt daar op verschillende manieren mee omgaan. Houd je wat afstand? Daar kunnen goede redenen voor zijn; bijvoorbeeld omdat echte, gelijkwaardige vriendschappen ingewikkeld kunnen zijn als je zo anders in het leven staat. Of om jezelf wat te beschermen tegen de invloed die het misschien op je heeft.

Bij mij liep het anders en ik ben blij met de lieve vriendinnen die ik nu heb. Vriendinnen die totaal anders in het leven staan (ook onderling overigens, gezien ze rooms, humanistisch of atheïstisch zijn opgevoed). Ik ben dankbaar voor hoe ze me uitgedaagd hebben hoofdzaken van bijzaken te onderscheiden en van een afstandje te kijken naar alles wat je zo normaal vindt.

Makkelijk was het niet altijd. Soms was de vriendschap een bedreiging voor mijn geloofsleven, soms was mijn geloofsleven een bedreiging voor de vriendschap. Maar we zijn al bijna acht jaar verder. De vriendschap bestaat nog en ik heb veel geleerd, ook over het zijn van een ‘christelijke vriendin.’ Daarover wil ik graag wat met je delen, misschien heb jij er iets aan als je in een vergelijkbare vriendschap zit en de worstelingen herkent.

Ik wil beginnen met dit; het is (nog steeds) een zoeken naar balans. Een evenwicht zoeken, waarbij biddend en bijbellezend op jezelf reflecteren, heel erg nodig is!

Evenwicht #1 Je geloofsstrijd en twijfels delen tegenover altijd overal van overtuigd zijn.

De tijd dat je wereld zoveel groter wordt door studie of werkomgeving, kan een heftige zijn op geloofsgebied. Door de nieuwe contacten en vriendschappen wordt er soms stevig aan je opvattingen gerammeld. Dat is pittig. Misschien vraag je jezelf af of bepaalde dingen nou echt zo moeten, of voel je je niet verwant met hoe andere christenen dingen aanpakken. Het kan verleidelijk zijn je niet-kerkelijke contacten in sommige oordelen gelijk te geven, of zelfs actief te benoemen dat je ‘zo niet denkt.’
Strijd en twijfel mogen er zijn. Zoek ook zeker een plek waar je dit kwijt kunt en bespreekt. Blijf vooral investeren in je christelijke vrienden en netwerk, die je hierin kunnen steunen. Maar - en ik ben zelf in deze valkuil gestapt - wees voorzichtig in het delen van je strijd en twijfels met mensen die nog zo weinig weten over het Evangelie. Val je geloofsgenoten niet af (1 Petrus 4:8).
De andere kant is, dat je - uiteindelijk onoprecht - doet of er voor jou geen vragen bestaan. Wees hierin authentiek en eerlijk, vraag ook gerust de tijd om over iets na te denken en er later op terug te komen. Doe dat dan ook actief!

Evenwicht #2 Het de ander opleggen of het helemaal bij jezelf houden

Voor mij persoonlijk was en is dit een moeilijke. Het is in onze maatschappij best geaccepteerd en vaak ook zeker gerespecteerd om van alles te geloven en je aan leefregels te houden, maar er zijn gebieden waarop dat heel spannend kan zijn. Denk aan discussies rond beëindiging van het leven, gender en seksualiteit. Het is voor mijn vriendinnen ingewikkeld als ik in het weekeind de Mars voor het Leven heb gelopen, of als de kerk waar ik lid van ben aan de Nashvilleverklaring wordt gerelateerd. Ik heb echter, ook weer door schade en schande, geleerd dat een vergaande discussie hierover meer afstand dan openheid geeft. Dit zijn daarom onderwerpen geworden, waarbij ik het allemaal wat meer bij mezelf houd en het in gebed de Heere voorleg. Ik probeer hen te begrijpen, maar tegelijk uit te leggen dat voor mij God, of ik Hem nu begrijp of niet, boven alles staat, en ook boven hoe deze maatschappij naar zulke dingen kijkt.
Tegelijk bestaat de valkuil dat het geloof alleen maar míjn levensinstelling wordt, mijn kijken naar deze wereld, dat verder los van hen staat. Want wat ik geloof, zegt wel degelijk ook iets over hen - over hun toekomst, als ze de Heere Jezus niet leren kennen. Onlangs verscheen een sterk artikel in het Reformatorisch Dagblad over ‘vriendschapsevangelisatie’, geschreven door Huib de Vries. Eerlijk blijven over wat de Bijbel zegt, dat is voor een vriendschap echt niet gemakkelijk. Een grote valkuil is dat de scherpte van het Evangelie afgaat. Maar je kunt er niet omheen, uiteindelijk is de vraag: “Hoe wordt ook jij, lieve vriend of vriendin, met God verzoend!?”

Evenwicht #3 Alleen maar vrienden zijn, of alleen maar evangelist

Het heeft voor mij vaak als een enorme verantwoordelijkheid gevoeld: ik ben bijna hun enige link met het christelijke geloof; in ieder geval de enige die ze zo goed kennen. Ze moeten het van mij hebben. Als je alleen met het gevoel ‘ik moet evangeliseren’ in een vriendschap zit, blijft er van de vriendschap waarschijnlijk niet veel ontspannens en gelijkwaardigs over. Maar je alleen op de vriendschap te richten zonder ooit te bespreken dat er een boodschap van zonde en genade is, kan ook niet! En als je denkt: “Door een zo goed mogelijke vriendin of vriendin te zijn, laat ik hen iets van Christus zien”, kun je, hoe goed bedoeld ook, hen en jezelf hard tegenvallen. Op veel momenten waren mijn vriendinnen trouwer en attenter dan ik!
Hoe ben ik dan een ‘leesbare brief van Christus’? Hoe worden ze jaloers op mij, als ik zo vaak tekort schiet, of zelf antwoorden niet weet? Ik moet getuigen, maar doe ik het wel goed? Wanneer is het juiste moment? Wat is een aanknopingspunt?
Onlangs was ik bij een lezing over evangelisatie waarin de tekst: Gij zult Mijn getuigen zijn werd besproken. Ik las deze tekst altijd als een opdracht. “Maar”, zei de spreker: “het is evengoed een belofte!” Gelukkig lezen we in het tekstgedeelte over de leesbare brief: … niet dat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God (2 Korinthe 3:5). De Heere maakt je een getuige. Hij is degene die de juiste momenten en aanknopingspunten kan geven - en jou de vrijmoedigheid om dan te spreken! Leg de zielen van je vrienden en vriendinnen en je worsteling maar bij Hem neer.

Een aantal jaar geleden mocht ik belijdenis doen. Ik vond het spannend, luisterend met mijn studievriendinnen in mijn achterhoofd. Voor het eerst in de kerk, stonden ze na de dienst met een prachtige bos bloemen voor mijn neus: “Gefeliciteerd!” Ze waren onder de indruk en een beetje verbaasd over het oude taalgebruik. Hoezo ‘bloeien gelijk de Libanon’? Geef daar maar eens antwoord op! Maar gelukkig ook: “Wat een warmte straalt de gemeente uit.” En: “Als je nog eens iets hebt, komen we graag weer!” Uiteindelijk bracht niet ik, maar de Heere hen in de kerk. Hij zal ermee doen wat Hem behaagt.

Thema

Dit artikel valt onder een van onze basis thema's: